Taalwacht

ONZE STREEKTAAL.

Tekst Paul Will.

Waarde weetgrage ‘ingelanden’, we hebbe schouw gehouwe. Wie kent niet deze bezigheid die zo kenmerkend is voor ons kikkerlandje? Op gezette tijden wordt aldaar de toestand van de vaarten, bermen van dijken en wegen gecontroleerd.We hebben als een ander soort schouwdrijvers een replica-poldertocht langs de streektaalwateren en -wegen gemaakt om de situatie plus de positie van het A&V te peilen.

Daarop hebben we een en ander vastgelegd in deze website. En als het goed is, snuift u de geur op en ziet u de fleur van onze regionale collectie.

En nu maar hopen dat u instemt met het gezegde: D’r was krak of smak an. Door i.p.v. het voorname ‘noch’ het voegwoord ‘of’ in te lassen geeft een A&V-er immers te kennen dat hij/zij het in ieder geval heel smaakvol heeft bevonden.

Nu zullen betweterige kwasten wellicht deze brave bundeling van woorden en uitdrukkingen een boerse verbastering vinden van de Algemeen Beschaafde Landstaal, maar vergis je niet: het is krek andersom. Zo op de drempel van de 16de naar de 17de eeuw werd het nationale gevoel geboren en ontstond er behoefte aan een algemene taal. Gekozen werd voor het ‘dialect’ van het toen meest welvarende landsdeel, dus voor het westen. De taalbouwers hebben echter meer hun ogen dan hun oren gebruikt, ofwel deze taalkunstenmakers hebben gestreefd naar een eenheidstaal en zich daarbij voornamelijk gericht op de schrijftaal van de twee gewesten Holland, Noord en Zuid. De taal van het boek werd de standaard en de Statenbijbelvertalers hebben daarvan dankbaar gebruik kunnen maken. Dit werk, op last en steun van de Staten-Generaal ondernomen (1625 -1637) werd stuk gelezen en op deze wijze heeft dit ‘gemeenlands’, ofwel spreken zoals het gedrukt staat, een reuze voorsprong gekregen op de overige dialecten, die vooralsnog praattalen bleven.

Om nu dit op ware grootte te schatten mogen we niet uit het oog verliezen dat taalhistorisch gezien ook het zgn. A&V van belang is geweest en als mede-bakermat heel oude papieren heeft.

Wilt u een enkel illustratief voorbeeld? Welnu, er bestaan nakomelingen van Middelnederlandse woorden als kijnder en zog(e) (= zeug), die nog vrolijk in ons taalgebruik rondspringen. En bij herhaling kwamen we in regionale archiefstukken ernstige Waarschouwingen tegen. Met die kop begonnen de aanplakbiljetten van onze vroede vaderen, die zich zorgen maakten over waarden en normen. Echt iets voor deze contreie, toen al!

Verschillende oerklanken als de a(a)i, a(a)u en oi zijn door hypercorrectie op papier van kleur verschoten en resp. tot ei/ij, au/ou en ui geworden. Zo vind je bij P.C. Hooft nog gespeld: vayligh (= veilig) en schreef Vondel niet in een troostdicht voor zijn vrouw Maayke dat hun Constantijntje nu uit het slick (= slijk) dezer werrelt als zaligh kijntje naar de palaizen van de grote Schincker was afgereisd? En onze leer voor ladder komt bij de grote Joost meermalen voor, in Joseph in Dothan had bijv. de dramatische hoofdfiguur op zijn dieptepunt touw noch leer tot zijn beschkking.

Tot slot: de beroemde Rotterdammer Erasmus vertrouwde een wijze spreuk aan het papier toe, toen hij onwijzen voorhield: Wie zoet hem hiet / Die kent d’ oorlog niet.

Hieten (= heten, noemen); u herkent dat nieuwsgierig-aogies-vraogie: “Hoe hiet jie?”

Wij kennen d’n oorlog maar al te goed en over die gruwel willen wij het niet hebben; krijg voeren met die zoëven genoemde kippen-zonder-kop doen we evenmin, maar bedenk wel dat de dialecten van Midden-Holland, waartoe het A&V behoort, als reeds opge-merkt, niet het nakroost, maar eerder de overgrootouwelui zijn van het tot opperdialect verheven Algemeen Beschaafd Nederlands (= ABN). Op den duur sputterden o.a. dialectologen tegen het gebruik van die B, omdat die erop wees dat de rest niet beschaafd sprak en dus dat ook niet was: de term AN kwam in zwang. Zeker, zou een beetje meer eerbied voor de grijze haren van onze streektaal niet gepast zijn? En laat de goegemeente met enig respect bedenken dat regionale taal letterlijk én meer ter sprake komt én het schrijven in de moerstaal kersvers is!

Hoewel er zodoende meer waardering voor de gewestelijke talen valt te constateren, doen zich op onze moedergrond een paar specifieke problemen voor. Ofschoon de moderne benaming, Standaardnederlands (= SN) is en eveneens als onze westelijke dialecten ook wel Hollands heet, verraadt dit dat ons A&V zo dicht ertegen aanschurkt, dat het gepraat erin al rap als AO (= Algemeen Onbeschaafd) wordt bestempeld en daardoor heel wat deukjes heeft opgelopen.

Per slot van rekening moeten we eveneens voor lief nemen dat we een pleidooi voeren voor iets wat in feite amper an bestaat, namelijk hèt A&V als eenheid. Het wordt echter wel gekenmerkt door een bepaalde gemeenschappelijke tongval en taalelementen waaraan je deze ‘tussenrivierders’ herkent. Die enkelvoudsvorm ‘het’ staat echter voor een reeks van verschillen, die van dorp tot dorp merkbaar is. Welnee, wat details betreft was en is dit volk niet één van taal! Belnêênt, hullie praote nie krek êênder, bekant ieder gat het z’n aige plat.

Weliswaar zie of beter hoor je de lokale dialecten enigszins naar elkaar toegroeien en voor interlokale communicatie bruikbaarder worden. Zo ontwikkelen zich taallandschappen die gaandeweg in mekaar overlopen, zodat er zgn. regiolecten ontstaan. Tegelijk geeft het eerdergenoemde ABN, AN of SN, of hoe je het verder ook noemen wilt, een kantelend beeld te zien, tegengesteld aan die van de regiolecten. Het uniforme neemt af en er komt een Algemeen Aanvaard Nederlands voor in de plaats. Dit AAN kent een drietal hoofdgroepen enigermate regionaal van kleur: West, Oost en Zuid.

Zo zit er speling in de klinkers van wurf en wettering. Elders hoor je resp. werf, arf of alternatieven als pad en sticht/stigt en de reeks watering, wetering en wittering.

Je ziet dat dit ‘zogenaamde plat’ vooral tot uitdrukking komt in de uitspraak van een stel klinkers en tweeklanken. Het meest karakteristieke voor een ware A&V-er is de hantering van m.n. de 1ste en 25ste letter van ons alfabet. Maar ook de uitdrukkingen en gezegden van onze streektaal zijn boeiend om te leren kennen.