Leeshulp

De streektaal A&V heeft een paar klinkers die anders zijn dan in het Standaard Nederlands. Ze zijn niet moeilijk. Hier komen ze:

De èè (aa) zoals in bijvoorbeeld: dèèr, lèèt, pèèrd, strèèt, wèèr, dèèr en hèèr, spreek je uit als de ai in: fair, prairie, ordinair en als in: Dat joch blèrt. Maar ook zoals in het Engels: where, there en hair.

De ao (aa) zoals in bijvoorbeeld: kaort, vaoder en waoter, spreek je ongeveer uit als de letter o in rond, maar iets langer aangehouden zoals in : òòòh wat mooi. Net als de letter o in het Engelse: “born” (geboren) en de a in “all”.

De ôô spreek je uit als in: boor, hoor en voor. Bijv. A&V: drôôg, brôôd en slôôt.

De êê spreek je uit als in: peer en meer. Bijv. A&V: bêên, brêêd en vrêêd.